Bijzaaien: 10 stappen naar succes


Het planten van nieuwe zaadjes is niet moeilijk, ook al heeft u niet veel ervaring.

Misschien plant u zaadjes om geld te besparen. Of misschien wilt u een plant opkweken die zich moeilijk laat verplaatsen. Hoe dan ook, het planten van nieuwe zaadjes is niet moeilijk, ook al heeft u niet veel ervaring. Als u de basis beheerst, zult u zien dat de moeite al snel loont.

1. Zoek de juiste bak

De bak waarin u uw zaadjes laat ontkiemen moet allereerst schoon zijn. De diepte moet minstens 5 tot 8 cm zijn. In de bodem moeten waterafvoergaatjes zitten. Plastic potten, turfpotten, yoghurtbakjes, kranten en zelfs eierschalen behoren tot de mogelijkheden. U kunt ook een starting-kit kopen, maar koop daar geen grote partij van op voor u zeker genoeg bent dat u er jaarlijks zaadjes in wilt laten ontkiemen. Als u de zaadjes in een klein potje laat ontkiemen, moet u ze, wanneer de eerste blaadjes zichtbaar worden, verplaatsen naar een grotere bak of pot. Houd in gedachte dat platte, brede potten veel ruimte innemen. Zorg er dus voor dat u genoeg ruimte heeft voor u begint.

2. Een goede bodem

Zaai in een steriele start-grondmix uit een zak. Gebruik geen grond uit de tuin. Bewater de mix met warm water voor u de bakjes of potten met aarde vult.

3. Controleer de diepte

Kijk goed naar de aanwijzingen over de diepte op de verpakking van de zaadjes. De richtlijn is om de zaadjes met een laag grond te bedekken die driemaal zo dik is als de diameter van het zaadje. Sommige zaadjes, inclusief bepaalde slasoorten en leeuwenbekjes, hebben licht nodig om te ontkiemen en moeten aan de oppervlakte blijven. Na het zaaien besproeit u de bodem nog eens.

4. Bewater voorzichtig

Houd de kamertemperatuur aan voor het water dat u gebruikt. Water met chloor laat u een nacht staan om het chloor te laten optrekken. Gebruik geen zacht water. Het is heel belangrijk om de bodem nat te houden, maar ga hierin niet te ver. Een te vochtige bodem kan resulteren in ziekten. Kijk uit met het besproeien van de bladeren. Dit kunt u voorkomen door uw bakken of potten in een laag water te dopen. Zo kan de bodem genoeg vocht absorberen. Sommige starterspakketten leveren een absorberende bodemmat die vochtig wordt gehouden door een reservoir. Dit is waarschijnlijk de veiligste techniek. Wat u ook doet, sla nooit een bewateringsbeurt over; dan zullen uw zaadjes al snel sterven.

5. Houd de bodem consistent vochtig

Bedek uw potten of bakken om uitdrogen te voorkomen. Starterspakketten hebben meestal een deksel. U kunt ook plastic gebruiken. Verwijder de bedekking wanneer de zaadjes ontkiemen.

6. Bewaak de temperatuur

Zaadjes hebben warmte nodig om te ontkiemen. Deze warmte moet in de bodem zitten, niet in de lucht. De meeste zaadjes ontkiemen bij een temperatuur van 260C. Een waterbestendige warmtemat houdt de bodem op een constante temperatuur. U kunt ook de zaadjes op een koelkast of een andere warmtebron bewaren om ze te laten ontkiemen. Na het ontkiemen moet de temperatuur zakken tot onder de 210C. De ontkiemde zaadjes kunnen zelfs een temperatuur tot 100C hebben, mits de temperatuur van de bodem maar zo’n 18 tot 21 0C is.

7. Voed uw plantjes

Wanneer uw jonge plantjes voor de tweede keer bladeren krijgen, kunt u beginnen met bemesten. U kunt wekelijks een halfkrachtige kunstmest toedienen. Na vier weken kunt u kunstmest op volle kracht gebruiken. Doe dit om de week, tot u de plantjes gaat verpotten.

8. Zorg voor genoeg licht

Weinig licht resulteert in lange, smalle kiemplantjes. De plantjes hebben 14- tot 16 uur direct licht nodig voor de beste groei. Een symptoom van te weinig licht kan zijn dat uw plantjes richting het raam beginnen te groeien. Dit kunt u corrigeren door de pot te draaien, maar als de plantjes te lang worden, kunt u ze niet meer inkorten. Probeer een verlichte plantenstandaard of gebruik een fluorescerende lamp met een groot spectrum als u kunstlicht wilt gebruiken. Houd de lamp niet dichter dan 5 tot 8 cm boven de kiemplantjes.

9. Ventileer

Ventilatie voorkomt ziekten en zorgt voor een gezonde en sterke stam/stengel. Plaats een ventilator bij de plantjes, maar voorkom het wegblazen van de zaailingen.

10. Uitharden voor het verplaatsen

Voordat u de planten naar buiten verplaatst, moeten de plantjes eerst acclimatiseren. Dit proces heet ‘uitharden'.

Meest gebruikte producten voor de moestuin