Tips voor een fit gazon


Tips voor een fit gazon. Basisvoorwaarden voor het aanleggen van een gazon.

1. De beste bodem:

Zorg bij de aanleg voor een goede bodemstructuur. De grond moet vrij compact zijn én voldoende verluchting bieden. Genoeg humus speelt hierin een belangrijke rol, want humus bevordert die verluchting en regelt de waterhuishouding. Zo hebben de wortels een solide basis om te groeien.
Zware bodems maak je lichter en zandbodems verrijk je met organisch materiaal zodat zij beter hun vocht en voedsel vasthouden.

Ideaal is een ‘tussenbodem’, bijvoorbeeld een lemige zandgrond.

Let bij nieuwbouw erop dat in de opgehoogde aarde rond het huis het fijne graszaad kan kiemen. Ze mag dus niet te stevig samengedrukt zijn (bijvoorbeeld door vrachtwagens die erop gereden hebben). Het terrein ligt het best horizontaal, om afspoeling te voorkomen. Besteed op een hellend terrein extra aandacht aan de stabiliteit. Desnoods moeten er speciale maatregelen genomen worden.

2. Het zaaien:

Een mengsel van grof en fijn zaad is een aanrader voor speel- en sportveldgazons waarop veel geravot mag worden.

Fijn zaad is geschikter voor echte siergazons.

Zaaien gebeurt het best in april / begin mei of in september / begin oktober: het zijn de ideale periodes om het graszaad te laten kiemen.

De eerste weken loop je het best niet op het gazon.

Voldoende vocht en warmte zijn nodig voor een goed kiemingsproces.

Pas na enkele maanden krijg je een mooi resultaat.

3. Grasmatten:

Ideaal indien je sneller resultaat wenst. Na twee weken ziet de tuin al grasgroen.

Met grasmatten loop je ook minder kans op onkruid in het gazon.

Wel werk je met twee verschillende media waartussen een natuurlijke verbinding moet ontstaan. Ook daarvoor moeten de ideale omstandigheden gecreëerd worden. Regelmatig begieten is hierbij zeer belangrijk.

4. Evenwichtige en constante voeding:

De drie hoofdelementen van zo’n gezonde voeding zijn stikstof, fosfor en kalium.

Daarnaast zijn er nog de micro-elementen of sporenelementen.

Als alle elementen samen niet in de goede verhouding aanwezig zijn, dan is het evenwicht verstoord en vertoont het gras gebreksverschijnselen. Een voorbeeld: magnesium is het centrale atoom van het chlorofyl (bladgroen) en geeft het gazon zijn mooie diepgroene kleur. In een wanverhouding met calcium is het resultaat een bleek, geelgroen en slecht ogend gazon. Je krijgt die kleur niet beter door meer stikstof aan het gras toe te dienen. Een verbetering is alleen mogelijk als het evenwicht tussen calcium en magnesium hersteld wordt. In combinatie met voldoende stikstof zal het gazon donkerder ‘zwartgroen’ ogen. Toch is calcium (kalk) nodig om verzuring van de bodem tegen te gaan. Het is echter opletten geblazen. Als je het gazon bekalkt, moet je ook magnesium bijgeven. Anders is het evenwicht verstoord en het resultaat oogt dan bleekgroen.
Bemest je met stikstof, gebruik dan altijd een traagwerkende stikstof zodat dit belangrijke voedingselement beetje bij beetje en voor een lange periode ter beschikking wordt gesteld van het gazon. Deze traagwerkende stikstof is van essentieel belang en bepaalt de kwaliteit van de meststof.

5. Zuurbindende waarde van kalk:

Een te zure bodem kan je niet onmiddellijk goed maken met bekalking. Kalk heeft slechts de helft van zijn effect tijdens het eerste jaar. Zo is de kalk na vier tot vijf jaar pas uitgewerkt.

6. Bemesting

Van de vroege lente tot in de zomer groeit het gazon het sterkst. Tijdens deze periode heeft het dan ook het meest nood aan voedingselementen.

Start de bemesting eind februari en herhaal regelmatig tot in augustus met kleine hoeveelheden, zowat elke twee maanden. Sluit in oktober af met een onderhoudsbemesting voor de volgende winter. Zo blijft het gras in topconditie en krijgt het mos minder kans in de vochtige winterperiode.

Gebruik meststoffen die traagwerkende stikstof bevatten (werkingsduur: 2 maanden) en bovendien zout- en chloorarm zijn. Zoniet verstoor je het evenwicht en is het gazon in korte tijd herschapen in een minderwaardig grasveld.

Let op voor een te overvloedige bemesting: overdaad schaadt. Door te veel meststoffen kan het gazon verbranden.

7. Maaien:

Gebruik het liefst een cilindermaaier: deze maait het gras mooi egaal.Het mes van de cilindermaaier moet wel correct afgesteld staan.
Ook moet je het behouden tegen roest: maak na elke maaibeurt het mes schoon. Op geregelde tijdstippen - zeker voor de winter- heeft het een likje olie nodig.