• Leliehaantje

Leliehaantje


Helrode kevers (6-7 mm) of oranjerode larven met een vuile, modderige slijmlaag (uitwerpselen) bedekt, veroorzaken vraatschade bij lelietjes-van-dalen (Convallaria of meiklokje), lelies (Lilium), keizerskronen (Fritillaria) en andere leliesoorten. De dieren laten gaten achter of vreten bochten (inhammen) in de bladranden. Ook bloemknoppen en zaaddozen worden beschadigd.
De kevers kunnen reeds vanaf half april actief zijn. Er komen twee generaties per seizoen voor. De verpopping gebeurt in de bodem.

Aanbevolen producten